
De geschiedenis van de Vijfhuizerpolder.
Aan de noordoostzijde van Haarlem ligt de Spaarndammerdijk die vanaf het pittoreske vissersdorp Spaarndam richting Amsterdam loopt. Ooit aangelegd om het woeste water van het IJ, dat in directe verbinding met de Zuiderzee stond, te weren. Aan de zuidzijde lagen diverse grote en kleine meren zoals: het Spieringmeer, het Lutkemeer, het Oude- en Nieuwmeer, de Oude Haarlemmermeer en het Oude Leidschemeer. Enkele moeizaam begaanbare wegen brachten de inwoners van Sloten via Rijk naar Schalkwijk of van Burgerveen langs de Vennip naar Hillegom.

De bewoners van de laaggelegen gebieden vreesden telkenmale voor hun huis, have en hun leven als de zwakke Spaarndammerdijk weer eens op doorbreken stond. De eeuwenlange strijd tegen de 'waterwolf' leek zo langzamerhand verloren. De dorpen Vijfhuizen, Nieuwerkerk en Rijk verdwenen in 1591 en 1611 door het alles verwoestende water. Het dorp Vijfhuizen lag toentertijd tegen de Lutkemeer aan tussen Halfweg en Sloten.
De techniek om polders in te dijken en te bemalen was al lange tijd bekend, maar het had geen zin zolang het niet lukte om een dijk te bouwen die de beukende golven van de Zuiderzee konden weerstaan. Het Hoogheemraadschap van Rijnland bepaalde trouwens wie mocht inpolderen en gaf daartoe vergunningen af. Zij waren verantwoordelijk voor de waterhuishouding. De grote watervlaktes bij de grote steden dienden ook nog een ander doel. Een stad als Amsterdam gebruikte de meren om het grachtenstelsel van schoon water te voorzien. Door het ontbreken van een degelijk rioleringsstelsel moest er regelmatig gespoeld worden. Voor dit doel waren er zelf vuilwatermolens gebouwd.

Rondom Haarlem lagen al diverse oude polders met bemaling. De Waarderpolder (1562), de Veerpolder (1597), de Schoterveenpolder (ca. 1650), de Veenpolder, de Roomolenpolder (1456), de Poelpolder (1580), en de Schalkwijkerpolder (1537). Op de bovenstaande kaart van 1615 ligt de oude Schalkwijkerpolder. De Schalkwijkermolen, een wipmolen met scheprad, staat links op de molensloot. Rond het midden van de 17e eeuw ontstond het algemeen verlangen tot bemalen van het gebied bij Vijfhuizen. Het was de Haarlemmer IJsbrand Corsse, die eerder zonder toestemming een staartmolentje bouwde in de banne van Vijfhuizen en hiervoor eerst werd veroordeeld maar later toch toestemming kreeg om te malen. Door samenvoeging van een aantal kleine poldertjes ontstond op 17 augustus 1649 de Vijfhuizerpolder.

Het staartmolentje werd vervangen door een 'bequame molen' en werd geplaatst aan de Poel benoorden Vijfhuizen. Deze wipmolen met scheprad staat op kadastrale kaart hierboven, omcirkeld, iets ten noorden van de lokatie van de huidige Vijfhuizermolen. De Poelpolder, ten noorden van Vijfhuizen,werd al sinds 1580 bemalen door een wipmolen met scheprad.

In 1853 werd besloten om de ringvaart te graven rond de Haarlemmermeer en deze trok een scheidingslijn door de van oorsprong 170 roede grote Vijfhuizerpolder.
Op 31 december 1859 ging de wipmolen door brand verloren. Om toch in de bemaling van de overgebleven 129 ha. polderland te kunnen voorzien, werd een kleine vijzelmolen gebouwd met een vlucht van 9,5 meter. Dit bleek al snel onvoldoende en er werd een plan gemaakt om op de plaats van de afgebrande wipmolen nog een kleine wipmolen met vijzel te bouwen. Uiteindelijk is dit molentje wel gebouwd maar op een andere plek en de molen werd iets groter. Rond 1860 werd de polder dus bemalen door twee molentjes. Blijkens de waterstaatskaart van 1865 was de polder verdeeld in twee peilafdelingen. Een hoger gelegen westelijk gedeelte van 105 ha. en een lager gelegen oostelijk deel langs de ringvaart van 25 ha.
De bemaling met deze twee molentjes bleek uiteindelijk niet voldoende en er werd besloten om ze te vervangen door een nieuwe grotere vijzelmolen.
In 1874 werd de huidige Vijfhuizer molen in gebruik genomen. Hij bemaalde het westelijk deel van de Poelpolder en de Vijfhuizerpolder tot 1938 op windkracht. In dat jaar werd hij buiten bedrijf gesteld en werd de bemalingstaak overgenomen door een in de molen geplaatste elektromotor met een kleinere vijzel.
In samenwerking met en op advies van de Vereniging De Hollandsche Molen werd de molen tussen 1955 en 1959 gerestaureerd, met subsidie van de gem. Haarlemmerliede en Spaarnwoude, de Rijkscommissie voor Monumentenzorg en de provincie Noord-Holland, samen voor 90%, zodat het waterschap zelf slechts een klein deel hoefde te betalen. In de jaren 1960 - 1970 is een groot deel van de polder vanwege stadsuitbreiding van Haarlem bebouwd waarna de molen in eigendom is overgegaan naar de gemeente Haarlem. Het overige deel van de polder wordt nu bemalen door een naast de molen geplaatste elektrisch vijzelgemaaltje.
De Vijfhuizermolen is pas bewoond vanaf 1924 en is in 1973 uitwendig geheel gerestaureerd. Na het overlijden van de laatste bewoonster kwam de molen leeg te staan en werd het beheer in 2000 overgedragen aan Stichting Molens Zuid-Kennemerland.